Geschiedenis

Het oude verleden

Intensief speurwerk door enkel gildebroeders in de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben uitgewezen dat het gilde Sint Joris is op gericht op drie en twintig april vijftien honderd vijf en veertig. Meer gegevens zijn niet gevonden, ook niet over de periode tot zestien honderd achtentwintig.
De koningslijst van het gilde begint met dat jaar. De oudste bekende koning is L.J.Baaten. De oudste ledenlijst vangt aan met het jaar zestien honderd en negen en vijftig.

Tijdens de oorlog 

In de oorlogsjaren is door gilde Sint Joris op drie en twintig april toch steeds de teerdag gehouden waarbij iedereen wat meebracht. Tijdens de oorlog zijn de zilveren schilden en waardevolle papieren bewaard bij de latere hoofdman W.A. Rijnen, alwaar ze in de schoorsteen verstopt zaten. Er was een aparte ruimte gemaakt die van buiten af niet te zien was. Achteraf is gebleken dat hoofdman Rijnen hiermede het gilde een grote dienst had bewezen omdat door zijn toedoen kostbare bezittingen zijn bewaard gebleven. Deze hoofdman is in het jaar negentien honderd drie en tachtig benoemd als ere-hoofdman voor de lange staat van dienst voor het gilde Sint Joris.

Na de oorlog

De eerste koning na de tweede wereldoorlog was J.W. op ’t Hoog. Door zijn voorganger J.C. Roozen die gedurende de oorlogsjaren koning was gebleven, is nog gezorgd dat er jenever en cognac aanwezig was. Dit was door middel van ruilen van tarwe en rogge mogelijke gemaakt. In de jaren na de oorlog is het ledental sterk gegroeid maar daarna kwamen er weer enkel jaren van stilstand. In de jaren zestig bloeide het gilde weer op.
 

Tradities

Het uniform

In vroegere jaren werd door de leden geen uniform gedragen omdat er geen geld voor was, noch in de gildekas, noch bij de leden afzonderlijk. Rond negentien honderd zes en vijftig zijn alle leden een sjerp gaan dragen. In het jaar negentien honderd drie en zestig is daar een zwarte hoed met een rode pluim aan toegevoegd. Door acties en eigen bijdrage kon de wens om een totaal uniform te hebben in negentien honderd drie en tachtig verwezenlijk worden.

De vergadering

De vergadering werd vroeger niet aangezegd, maar automatisch en traditiegetrouw gehouden op de tweede paasdag na het lof en met de teerdag die tijdens de kermis plaatsvond. Verder werden er geen ledenvergaderingen gehouden. Toen werd ook nog aan de traditie vast gehouden, om na het koning schieten een vat donker bier aan te slaan en de leden vrij drinken te geven. Dit werd dan uit een houten biervat getapt door de gildeknecht die het gilde toen nog had. De standaard werd onderling verpacht naar gelang het aantal liters bier dat geboden werd. De oude regels schreven ook voor dat de standaardrijder automatisch secretaris was. De gilde was en is traditie getrouw met de andere Moergestelse gilden altijd aanwezig bij kerkelijke feesten en bij het koning schieten op de maandag met de kermis. In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw was het gildehuis in café Kerkzicht. In negentien honderd acht en veertig is het gilde verhuisd naar haar huidige gildehuis Partyboerderij ’t Draaiboompje. 

Begrafenissen

De begrafenissen van de leden werden van ouds verzorgd door het gilde, wat nu nog steeds gebeurd op verzoek van de familie. Sinds de jaren zestig worden ook de echtgenotes van de gildebroeders begraven door het gilde. Hierbij is nog steeds de traditie  dat aan de gildebroeders die de laatste eer brengen aan de overleden, koffie met broodjes voor de begrafenis worden aangeboden door de familie in het gildehuis. Dit is om aan te sterken voor het werk wat gedaan moet worden in de kerk en daar buiten. Een gildebroeder of gildezuster wordt ook door  gildebroeders begraven op het kerkhof, en als traditie wordt de vendelgroet boven het graf gebracht, door de overheid wordt een schep zand op de kist in het graf gestrooid als laatste eerbetoon aan de overleden gildebroeder of gildezuster. Bij een crematie wordt door de overheid  een bloem als laatste eerbetoon op de kist gelegd. Als een gildebroeder is overleden is kan de echtgenote Buitengewoon lid van het gilde worden, ze betaald een kleine contributie en mag deelnemen aan de teerdag  en feesten en wordt door de deken schrijver van alle activiteiten op de hoogte gehouden.

 Schieten

Elk jaar is er een onderlinge schietwedstrijd met de gilde Sint Catharina uit Moergestel en Sint Joris uit Oostelbeers om de zilveren piramide.
Op de tweede zondag na vijftien oktober is er het jaarlijkse wildconcours waar de prijzen uit wild en vlees bestaan. Tijdens het wildconcours wordt er ook een boom gezet voor de handboog schutters die op de wip willen schieten, in het bijzonder voor het gilde Sint Sebastiaan en Barbara uit Moergestel zodat deze ook aan de verbroedering kunnen deelnemen. Er komen elk jaar vele kruisboog schutters uit de omgeving naar deze wedstrijd ook voor de gezelligheid die er dan is.
Sinds twee duizend en zeven wordt er geschoten om de zilveren wildtrofee die door de huidige keizer Hans Kerkhof geschonken is, dit is een wisseltrofee die tot in lengte van dagen aan het gilde zal toe behoren.
Sinds de gemeente Moergestel op gegaan is in de gemeente Oisterwijk wordt er jaarlijks door de drie Moergestelse gilde geschoten om het gemeenteschild die door de laatste gemeenteraad van Moergestel geschonken is aan de gilden uit dankbaarheid voor hun aanwezigheid bij officiële gelegenheden. Door de vijf gilden uit de gemeente Oisterwijk wordt  elk jaar gestreden om de gemeentelijke wisselbokaal die door de gemeente Oisterwijk geschonken is.

 De hofhouding

De koning wordt om de vier jaar gekozen middels het koning schieten.  Het gilde heeft geen koningin maar een koningsdochter met bruidjes die bij elke gelegenheid met het gilde naar buiten treden, wat op vele gildefeesten veel bekijks en applaus heeft.

Sinds het ontstaan van het gilde zijn er twee gildebroeders die zich tot keizer hebben geschoten, door drie maal achter elkaar koning te worden. De eerste keizer was Martinus van der Wouw die in het jaar negentien honderd zestig keizer werd, hij is reeds vele jaren overleden. In negentien honderd negen en negentig schoot de huidige keizer Hans Kerkhof zich voor de derde maal tot koning en werd hierdoor de keizer van gilde Sint Joris.

Bezittingen

Het gilde heeft als wapen de kruisboog op wip, wat vroeger waarschijnlijk de voetboog op wip is geweest, het gilde heeft nog steeds een oude voetboog in haar bezit in het gildehuis.
Het gilde is het bezit van een Moedervaan, vendels, trommen, een standaardruiter uitrusting, koningsvest, een keizerschild van de oude keizer, een schild voor de ere hoofdman, hoofdmanstaf gemaakt door gildebroeder Theo Roosen, de leden van de overheid hebben een schild om met daarop de functie die ze hebben binnen het gilde. De koning schenkt het door hem zelf ontworpen koningsschild nadat er een nieuwe koning is geschoten aan het gilde, zodat de naam van de koning nog in lengte van jaren wordt mee gedragen door de huidige koning.
Het gilde is in bezit van twee schilderijen, olieverf op doek, die dateren van zeventien honderd en drie en vijftig, en zeventien honderd zeven en negentig. Een schilderij voorstellend Sint Joris te paard, waarbij een prinses met lam is afgebeeld. Het andere schilderij is na de gemeentelijke herindeling verhuisd naar het gemeente huis in Oisterwijk, hier staan twee gildebroeders met voetboog op.